Home » Blog » Alles wat u wilt weten over affectieschade van naasten en nabestaanden

CVD Letselschade affectieschade naasten en nabestaanden

Alles wat u wilt weten over affectieschade van naasten en nabestaanden

Eerste Kamer stemt in met Wetsvoorstel Affectieschade

De Eerste Kamer heeft op 10 april 2018 unaniem ingestemd met het Wetsvoorstel Affectieschade van minister Dekker (Rechtsbescherming). Deze wet geeft naasten en nabestaanden van een letselschadeslachtoffer onder bepaalde voorwaarden recht op een schadevergoeding.

Wat is affectieschade?

Er zijn twee verschillende soorten schade: materiële schade en immateriële schade. Materiële schade bestaat uit extra gemaakte kosten en/of gederfde inkomsten. Immateriële schade is het leed van iemand dat niet voelbaar is in de portemonnee. Een immateriële schadevergoeding wordt in de volksmond ook wel smartengeld genoemd.

Affectieschade is een vorm van immateriële schade. Het is het (rouw)verdriet dat iemand heeft om het ernstig gewond raken of overlijden van een naaste. Een affectieschadevergoeding is dus smartengeld.

De huidige rechtspositie van derden in het letselschaderecht

Geen affectieschade vergoeding

De hoofdregel in het huidige recht is dat als iemand een ongeval, een medische fout of een misdrijf overkomt en hiervoor een ander aansprakelijk is, in beginsel alleen het slachtoffer, dat lichamelijk of geestelijk letsel heeft opgelopen of op andere wijze in zijn persoon wordt aangetast of overlijdt, recht heeft op een smartengeldvergoeding.

Een nabestaande kan, als het letselschadeslachtoffer bij leven aanspraak heeft gemaakt op smartengeld, het smartengeld dat voor het slachtoffer was bedoeld, opeisen. Een zelfstandig recht op vergoeding van affectieschade heeft hij echter (nog) niet.

Maar: wel smartengeld vergoeding bij shockschade

Er geldt één uitzondering. Derden kunnen namelijk al wel aanspraak maken op een smartengeldvergoeding bij zogenaamde ‘shockschade’.

Dit is de schade die wordt veroorzaakt door een emotionele schok als gevolg van het waarnemen van een ernstig ongeval, medische fout of misdrijf dan wel het (kort daarna) direct geconfronteerd worden met de ernstige gevolgen daarvan, zoals ernstige verwondingen of overlijden van een persoon.

Vereist is dat een ander hiervoor aansprakelijk is vanwege schending van een verkeers- en/of veiligheidsnorm. Er moet zijn voldaan aan het confrontatievereiste en bij de derde moet een door de psychologie erkend ziektebeeld (ernstig geestelijk letsel) zijn ontstaan. Als aan deze voorwaarden is voldaan, heeft de derde recht op vergoeding van zowel zijn materiële schade (zoals de kosten van psychologische behandeling) als zijn immateriële schade (smartengeld).

De kring van gerechtigden is niet beperkt tot naasten of nabestaanden, maar een vage kennis maakt minder kans op vergoeding van shockschade dan een ouder of kind van het ernstig gewonde of overleden slachtoffer.

Het bekendste geval van shockschade is de vader van Marianne Vaatstra. In 1999 is zijn destijds 16-jarige dochter door Jasper S. verkracht en vermoord. De vader van Marianne was snel ter plaatse en zag met eigen ogen het ernstig verminkte en levenloze lichaam van zijn dochter. Hij kreeg last van een Posttraumatisch Stresssyndroom (PTSS). Dit is een ernstig, in de psychiatrie erkend, ziektebeeld. De rechter heeft uiteindelijk € 40.000 aan smartengeld toegewezen.

Recht op materiële schadevergoeding

Derden kunnen in het bestaande recht tegenover de aansprakelijke partij ook aanspraak maken op vergoeding van bepaalde materiële schade.

Een derde kan gemaakte kosten ten behoeve van een letselschadeslachtoffer op de aansprakelijke partij verhalen. Dit is alleen mogelijk voor zover het slachtoffer zelf die kosten, als hij die zelf zou hebben gemaakt, ook op de aansprakelijke partij zou kunnen verhalen. Te denken valt bijvoorbeeld aan kilometerkosten van een ouder die zijn dochter met voetletsel naar het ziekenhuis brengt. Immers, als die ouder dat niet zou hebben gedaan, dan zou de dochter zelf vervoer hebben moeten bekostigen. Bij shockschade is de volledige materiële schade als gevolg van het geestelijke letsel, waaronder de kosten van psychologische behandeling, verhaalbaar.

Voorwaarden voor vergoeding van affectieschade

De achterliggende gedachte van de Wet Affectieschade is dat een ongeval, medische fout of (gewelds)misdrijf kan leiden tot ernstige beperkingen in het dagelijkse leven, niet alleen van het slachtoffer, maar ook van degenen die dicht bij hem staan. Vergoeding van affectieschade biedt hen erkenning en helpt hen het verdriet te verwerken.

Om voor een affectieschadevergoeding in aanmerking te komen moet zijn voldaan aan de volgende vier vereisten:

1. Gebeurtenis ná 1 januari 2019

Er moet sprake zijn van een schadeveroorzakende gebeurtenis. Denk bijvoorbeeld aan een verkeersongeval, arbeidsongeval, medische fout of misdrijf. Er bestaat alleen recht op vergoeding van affectieschade als deze gebeurtenis ná 1 januari 2019 plaatsvindt. Dit heeft te maken met de inwerkingtreding van de nieuwe wet per deze datum.

2. Aansprakelijkheid van een ander

Een ander moet tegenover het slachtoffer aansprakelijk zijn voor zijn schade. Grondslag voor aansprakelijkheid kan zijn een onrechtmatige daad (art. 6:162 BW) of een toerekenbare tekortkoming (6:74 BW).

3. Ernstig en blijvend letsel of overlijden van het slachtoffer

De gebeurtenis moet ‘ernstig en blijvend letsel’ of overlijden van het slachtoffer tot gevolg hebben. Ernstig en blijvend letsel is een nieuw criterium. Hieronder valt in elk geval een blijvende functiestoornis van 70% of hoger. Ook ernstige aantastingen van het karakter, gedrag, spraakvermogen of geheugen, algeheel functieverlies van de zintuigen en volledige afhankelijkheid van intensieve hulp en zorg kunnen hieronder vallen. Wat er exact onder valt zal van geval tot geval moeten worden beoordeeld. Hierover zal ongetwijfeld rechtspraak ontstaan.

4. Naaste of nabestaande van slachtoffer

Ten slotte moet u behoren tot één van de volgende naasten of nabestaanden:

  • de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot of geregistreerde partner van het slachtoffer;
  • de levensgezel die met het slachtoffer een gemeenschappelijke huishouding voert/voerde;
  • de ouder;
  • het kind;
  • degene die duurzaam in gezinsverband de zorg voor het slachtoffer heeft/had;
  • degene voor wie het slachtoffer duurzaam in gezinsverband de zorg had ten tijde van de gebeurtenis;
  • anderen met een nauwe persoonlijke relatie tot het slachtoffer (hiertoe behoren broers/zussen in beginsel niet).

Affectieschade bedragen

Voor de affectieschade van naasten en nabestaanden zullen vaste bedragen moeten worden betaald, variërend van € 12.500 tot € 20.000 per persoon. De hoogte van de schadevergoeding is afhankelijk van de persoonlijke omstandigheden. Er wordt rekening gehouden met:

  • de gebeurtenis (ongeval, medische fout of misdrijf);
  • het gevolg (ernstig en blijvend letsel of overlijden van het slachtoffer);
  • de relatie tot het slachtoffer.

De aansprakelijke partij heeft dezelfde verweermogelijkheden tegenover de derde als tegenover het slachtoffer. Hij kan zich dus tegenover de derde beroepen op eigen schuld van het slachtoffer, het ontbreken van een causaal verband tussen de schade en de gebeurtenis en verjaring. Zijn schadevergoedingsplicht kan hierdoor verminderen of zelfs verdwijnen.

Vond u dit artikel waardevol? Vergeet dan niet te delen! Dank u wel!